|
Peurverhaal van Dick Haalboom,
Ik ben nu 53, maar toen ik nog een kind was, van
pakweg 11 jaar, mocht ik wel eens met m'n ome Henk mee vissen.Van beroep was ome
Henk smid, maar vissen was z'n grote hobby. Hij zal toen zo rond de vijftig
geweest zijn. Paling vissen met een peur deed hij het liefst, en daarom gingen
we dan met zijn Lloyd Alexander naar de Maas (ca. 40 km.), want daar beten ze
volgens hem het beste, en bovendien was de vis daar van goede kwaliteit. De
rolverdeling was als volgt: Ome Henk bediende de hengel met daaraan de peur. Op
zijn commando hield ik een grote paraplu ondersteboven klaar, waarna hij de peur
(met de oogst) voorzichtig daarboven bracht. Daarna was een ferme schudbeweging
voldoende om de paling(en) in de paraplu te laten belanden. Voorzichtig bracht
ik dan de paraplu boven een zinken tijl, welke werd bemand door mijn broer (ca.
8 jaar oud) Onderwijl liet ome Henk de peur alweer in het water, want er was
geen tijd te verliezen.
Zo werden er in mijn beleving wel elk kwartier een paar palingen gevangen. De
palingen kregen de gelegenheid om in het schone water wat van de gronderige
smaak kwijt te raken. Als ome Henk geen zin meer had, of de oogst voldoende
vond, gingen we weer huiswaarts.
Van de paling at ik niet veel, want ik luste eigenlijk helemaal geen paling.
Tante Gijsje, de vrouw van ome Henk, bakte de paling. Iedereen vond dat
lekker....behalve ik dus.
Ik denk daar nog vaak aan terug. Mijn oom en tante leven inmiddels allebei niet
meer, maar op die manier blijven ze in de herinnering.
Dick Haalboom
Rhenen.
Juni 2006
| |
|